3 dagen opvang in Nederland de norm

DATUM: 17 augustus 2017

In Nederland kiezen jonge ouders gemiddeld voor maximaal 3 dagen kinderopvang voor hun kind. De rest van de tijd zorgen ze dat ze zelf aanwezig zijn en dat geldt in het bijzonder voor de moeder. Hoogleraar Belle Derks van de Universiteit Utrecht vindt dat een kwalijke ontwikkeling, omdat het veel vrouwen aantoonbaar remt in hun carrièreontwikkeling.

Klassieke genderrollen nog altijd zeer bepalend

Derks is hoogleraar in de sociale psychologie en specialiseert zich onder andere in de gevolgen van de negatieve stereotypering van vrouwen in werk- en opleidingssituaties. In haar rol aan de universiteit merkt ze nu al dat veel vrouwelijke studenten opgroeien met het idee dat zij later grotendeels verantwoordelijk zijn voor de zorg van de kinderen.

De hoogleraar noemt die mindset ongewenst. Veel studentes geven aan dat ze later circa 28 uur per week willen werken, terwijl de klassieke 40-urige werkweek volgens Derks ook tot de mogelijkheden zou moeten behoren. Zij stelt dat genderrollen nog altijd in te grote mate leidend zijn bij de keuzes die werkende ouders maken op het gebied van de zorg voor de kinderen.

Norm van maximaal 3 dagen opvang per week

Derks gelooft dat niet alleen de overheid een rol speelt in de nog altijd heersende genderrollen, maar wijst ook naar instituten zoals het onderwijs, kinderopvang en gastouderopvang. Hier kunnen moeders immers aankloppen voor hulp bij opvang en de hoogleraar gelooft dat al deze partijen langere opvanguren kunnen stimuleren.

Ze signaleert dat de norm in Nederland momenteel op maximaal drie dagen kinderopvang per week ligt en stelt vast dat deze norm vooral tot stand komt op basis van een extern verwachtingspatroon. Moeders zouden echter meer moeten kijken naar wat ze zelf willen, omdat 5 dagen opvang zoals gastouderopvang helemaal niet slecht is voor de ontwikkeling van een kind. Integendeel!

Moederschap betekent grote overstap voor hoogopgeleide vrouwen

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat Derks een punt heeft met de gebrekkige arbeidsparticipatie van werkende jonge moeders. In Nederland zijn er circa 1 miljoen fulltime werkende vrouwen, maar een groot gedeelte van diezelfde vrouwen gaat terug in het aantal werkuren zodra er een kind komt.

Dit geldt met name voor hoogopgeleide vrouwen, want lager en middelbaar opgeleide vrouwen werken sowieso minder vaak fulltime. Voor hen is de overstap dan ook minder groot op het moment dat er kinderen komen, omdat zij vaak geen verandering hoeven aan te brengen in het aantal uren dat ze werken.