Aantal kinderen in opvang neemt toe

DATUM: 20 december 2017

Steeds meer kinderen gaan in Nederland steeds langer naar de kinderopvang. Dat blijkt uit een rapportage over het afgelopen kwartaal van het Ministerie van Sociale Zaken. In deze periode maakten maar liefst 728.000 kinderen gebruik van een vorm van opvang. 117.000 daarvan gingen naar een gastouder.

Uurtarieven stijgen met uren mee

Ten opzichte van een jaar geleden maken er inmiddels 52.000 meer kinderen gebruik van kinderopvang. Deze vergelijking is eerlijker dan die met een kwartaal geleden, omdat de opvangcijfers in het derde kwartaal traditioneel altijd iets dalen vanwege de schoolvakantie. Opvallend is wel dat het aantal opvanguren is toegenomen in vergelijking met het vorige kwartaal: gemiddeld met een half uur per kind.

Niet alleen het aantal uren opvang is gestegen, maar ook de tarieven die daarmee gepaard gaan. Zowel dagopvang als gastouderopvang kenden een stijging van 2 eurocent voor het uurtarief. Voor de buitenschoolse opvang was dit slechts 1 cent, maar gemiddeld steeg dit uurtarief het meest boven het uurtarief uit waarover ouders kinderopvangtoeslag terug krijgen.

Gastouderopvang voorziet in flexibiliteitsbehoefte

Tegelijktijdig met de stijging van het aantal kinderen en opvanguren in het afgelopen kwartaal, nam ook het aantal locaties voor kinderopvang toe. Althans, dat geldt voor de buitenschoolse opvang (toename van 144 locaties ten opzichte van 3 maanden eerder) en dagopvang (toename van 162 locaties – logisch gezien de harmonisatie van peuterspeelzalen).

Een uitzondering op deze ontwikkeling is de gastouderopvang, waar het aantal locaties met 1224 afnam in vergelijking met 3 maanden eerder. De daling is overigens niet verrassend te noemen, want deze tendens is al geruime tijd gaande. Wel is het een zorgwekkende ontwikkeling voor vraagouders met flexibele werktijden, die in een gastouder veelal de beste vorm van opvang voor hun kind vinden.

Opvanguren indicatief voor arbeidsparticipatie

Over werkende ouders gesproken – die ziet het kabinet als een belangrijke maatstaf voor arbeidsparticipatie. In het derde kwartaal van 2017 blijkt deze voor vrouwen (waaronder veel moeders met jonge kinderen) gemiddeld met 1% gestegen. Ook vaders blijken de afgelopen 3 maanden in toenemende mate te hebben deelgenomen aan de arbeidsmarkt.

De gelijktijdige stijging van de arbeidsparticipatie en het aantal uren kinderopvang is geen verrassing. Beide zaken gaan over het algemeen immers hand in hand. Wel zorgwekkend is de daling van het aantal gastouderopvanglocaties in Nederland. Hierdoor krijgt de groep werkende ouders steeds minder vrijheid als het gaat om de keuze voor een bepaald type kinderopvang.

De volledige kwartaalrapportage van het Ministerie van Sociale Zaken is hier te bekijken.