Autistische kinderen vinden oogcontact minder belangrijk

DATUM: 1 december 2016

Autistische kinderen hechten relatief weinig waarde aan oogcontact en kijken andere mensen daarom minder vaak recht in de ogen. Dit is de conclusie van een Amerikaans onderzoek in het blad American Journal of Psychiatry. Dit kenmerkende gedrag begint vaak al op jonge leeftijd en is iets waar gastouders en pedagogisch medewerkers op kunnen letten.

Oogcontact voorwaarde goede communicatie

De Amerikaanse onderzoekers kwamen tot hun conclusie door 86 kinderen van twee jaar een filmpje te laten zien. Voorafgaand aan het filmpje werd een foto van een gezicht getoond en werd beoordeeld of het kind de afgebeelde persoon recht in de ogen keek. In eerste instantie leek er geen verschil te zitten tussen de kinderen met of zonder autisme; niemand probeerde het oogcontact daadwerkelijk te vermijden.

De resultaten begonnen echter te verschillen zodra het oogcontact emotioneler van karakter werd. Wanneer de afgebeelde personen een meer betekenisvolle of gevarieerde oogopslag hadden, keken de autistische kinderen vaker weg dan hun leeftijdsgenootjes.

Het aloude idee dat autistische kinderen een ander liever niet in de ogen kijken omdat ze dit per definitie als stressvol ervaren, wordt door de onderzoekers dan ook in twijfel getrokken. Wel lijken deze kinderen de sociale significantie van oogcontact in mindere mate te erkennen en vinden zij sociale aanwijzingen minder belangrijk. Zij zien oogcontact simpelweg niet als een belangrijke voorwaarde voor een goede communicatie.

Communicatie als gastouder richting ouders

Toch is weinig oogcontact op jonge leeftijd niet altijd indicatief voor autisme. Pas op vier- of vijfjarige leeftijd kan deze diagnose namelijk worden gesteld. Voor gastouders en pedagogische medewerkers is het echter goed om al vroegtijdig op mogelijke signalen te letten, zo stelt Swanet Woldhuis van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA).

Hoewel Woldhuis geen voorstander is van een checklist om in de kinderopvang standaard te controleren op autisme, zijn er volgens haar enkele aandachtspunten die gastouders en andere verzorgers in de gaten kunnen houden. Zo is het opvallend wanneer een kind van 1 jaar oud niet reageert wanneer het wordt toegesproken, niet naar anderen lacht, weinig interesse toont in leeftijdsgenootjes of volwassenen, niet brabbelt en nooit wijst of zwaait.

Wanneer het kind anderhalf jaar oud is, zou het in staat moeten zijn functioneel gebruik te maken van woorden en bij twee jaar zou het uit zichzelf tweewoordzinnen moeten gebruiken. Is dit niet het geval? Dan is het niet raadzaam om je vermoedens als gastouders direct aan de ouders te vertellen, zo stelt Woldhuis. Je kunt weliswaar uitleggen wat normaal gedrag zou zijn binnen de leeftijdscategorie en op welke punten het kind niet aan dit profiel voldoet, maar vermijd het trekken van een conclusie.