Discussie beslist: ook gastouders zelfstandig ondernemer

DATUM: 4 april 2018

Jarenlang woedde een verhitte discussie over het vermeende zelfstandig ondernemerschap van gastouders. De bemiddeling door een gastouderbureau maakte fiscaal ondernemerschap volgens de Belastingdienst onwaarschijnlijk. Gastouders zelf stellen echter wel degelijk ondernemersrisico te lopen en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geeft hen nu gelijk.

Onzekere fiscale situatie voor gastouders

In 2016 ontstonden de eerste perikelen in het lang voortslepende dossier, toen het Hof Arnhem-Leeuwarden aanvankelijk nog oordeelde dat een door de Belastingdienst aangeklaagde gastouder geen ondernemer was. Het vormde het startsein voor meerdere juridische schermutselingen tussen gastouders en het belastingorgaan, waarbij laatstgenoemde vaak het onderspit dolf.

Hoewel gastouders de afgelopen jaren telkens nieuwe overwinningen boekten in de strijd om hun zelfstandigheid, bleef nog altijd de onzekerheid. In sommige gevallen gaf de rechtbank de Belastingdienst immers gelijk, zoals eerder was gebleken in 2016. Dit zorgde bij veel gastouders voor onzekerheid over hun fiscale situatie.

Uitspraak van 2016 herzien

Inmiddels is er aan die situatie een einde gekomen, nu het Hof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep is teruggekomen op zijn eerdere oordeel dat het in 2016 uitsprak. Het gerechtshof baseert zich hierbij op de uitspraak van het Gerechtshof van Den Haag in juni vorig jaar, waarbij een gastouder ook als zelfstandig ondernemer werd aangemerkt.

De Belastingdienst gebruikte de eerdere uitspraak in 2016 geregeld als argument in haar juridische strijd met gastouders, maar dat is nu niet meer mogelijk. Het overheidsorgaan laat weten na de nieuwe uitspraak niet in hoger beroep te gaan. Vanaf nu zien belastinginspecteurs bemiddeling door een gastouderbureau niet langer als breekpunt voor fiscaal ondernemerschap.

Einde aan onzekerheid over zelfstandigheid

Welke bezwaren zijn hiermee nu precies weggenomen? Het Hof baseerde haar nieuwe oordeel op de argumenten dat de gastouder, ondanks bemiddeling van het gastouderbureau:

  • De vraagouders als opdrachtgever heeft
  • Ondernemersrisico loopt
  • Geen relatie met het gastouderbureau heeft in het kader van toezicht en handhaving (wel op het gebied van signalering)
  • Slechts begeleid en ondersteunt wordt door het gastouderbureau (naast de bemiddeling)
  • Nog altijd zelfstandig kan zijn binnen de wet- en regelgeving van de Wet Kinderopvang

Volgens juridisch specialisten is de langslepende discussie over het ondernemerschap van gastouders na de nieuwe uitspraak van het Hof nu zo goed als afgedaan. Het was namelijk met name de uitspraak uit 2016 die de Belastingdienst als argumentatie kon aanvoeren en die munitie is nu weggevallen. Dat betekent een einde aan een lange periode van fiscale onzekerheid voor gastouders.