Jaarlijkse kwaliteitsmeting nu ook voor gastouderopvang

DATUM: 19 mei 2017

Vanaf dit jaar wordt in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de kwaliteit van de kinderopvangvoorzieningen in ons land in kaart gebracht. Deze jaarlijkse meting wordt uitgevoerd door de Universiteit Utrecht en Sardes onder de naam Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang (LKK).

Nieuwe kwaliteitsmonitor als opvolger van NCKO

De LKK richt zich op uiteenlopende vormen van kinderopvang, waaronder kinderdagverblijven, babyopvang, peuterspeelzalen, buitenschoolse opvang en gastouderopvang. Dat ook gastouderopvang voor het eerst deel uitmaakt van een dergelijke kwaliteitsmeting mag geen verrassing heten, want eerder sprak demissionair minister Asscher van SZW al de wens uit dat gastouderopvang aan dezelfde strike kwaliteitscriteria gaat voldoen als andere vormen van opvang.

Deelname aan deze monitor kan in dat opzicht worden gezien als een eerste stap. In het verleden werden de metingen nog uitgevoerd door het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO) en maakten gastouders geen deel uit van het onderzoek.

Hoewel de onderzoeksgroep nu wordt uitgebreid, blijven de onderzoekers gebruik maken van dezelfde meetinstrumenten als het NCKO. Dit zodat de resultaten objectief vergelijkbaar blijven met die uit voorgaande jaren. Wel worden er daarnaast nieuwe instrumenten geïntroduceerd om ook het effect van nieuwe innovaties in de kinderopvangbranche meetbaar te kunnen maken.

Betere kwaliteit opvang is het streven

De doelstelling van de nieuwe LKK is het verbeteren van de kwaliteit van de kinderopvang in Nederland. Onderzoek laat zien dat kinderopvang in ons land steeds veiliger wordt, maar natuurlijk is er altijd ruimte voor verbetering. Een jaarlijkse kwaliteitscontrole en intensieve samenwerking met het werkveld houden alle betrokkenen scherp en zorgen voor de best mogelijke opvang voor het jonge kind.

In 2017 bezoeken de onderzoekers van de LKK steekproefsgewijs 176 verschillende kinderopvanglocaties. Tot de onderzoeksmethoden behoren observatie-instrumenten, videomateriaal, vragenlijsten en interviewleidraden. Aspecten als groepsprocessen, diversiteit, welbevinden, professionaliteit en de betrokkenheid van (individuele) kinderen worden hierbij onder de loep genomen.

De onderzoekers rapporteren hun bevindingen aan het ministerie van SZW en aan het werkveld. Elke deelnemende locatie ontvangt een onderzoeksrapport, met daarin de resultaten en een aantal concrete aanbevelingen. In hoeverre deze manier van werken geschikt is voor de gastouderopvang, zal in de komende periode moeten blijken.