Ophef over gastouderbureaus zonder vergunning

DATUM: 12 juli 2018

In het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) staan Nederlandse kinderopvangvoorzieningen die positief zijn beoordeeld door de GGD en de gemeente. Ook Gastouderbureau Snoesje is uiteraard geregistreerd in het LRK. Dit geldt echter niet voor alle gastouderbureaus. In de omgeving Amsterdam zijn twee grote bureaus actief die ogenschijnlijk zonder LRK-registratie opereren. De ophef daarover is nu groot.

Twijfels over geldige inschrijving LRK

De twee gastouderbureaus in kwestie (MIAvoorgezinnen en MijnGastouderopvang) vallen samen onder dezelfde moederorganisatie: Lavide’s BV. Dit beursgenoteerde bedrijf nam beide bureaus in februari van dit jaar over en dat leidt nu tot gesteggel over de exacte overdrachtsdatum. Die roept bij de GGD namelijk de vraag op of er wel gewerkt wordt met de juiste vergunningen.

De directeur van Lavide zegt onaangenaam verrast te zijn over de kritische geluiden. Volgens hem zijn beide gastouderbureaus nog altijd zelf actief en beschikken zij hierdoor over de juiste vergunningen om gastouderopvang te bieden. Dit staat haaks op de stellingname van de GGD, waar men van mening is dat de overgenomen gastouderbureaus helemaal niet meer geëxploiteerd worden.

De GGD spreekt dan ook van een ernstige situatie. Op dit moment vangen de twee gastouderbureaus gezamenlijk 250 kinderen op met 70 gastouders. Als alle activiteiten contracten zoals vermoed zijn overgenomen door Lavide, dan wordt de opvang verzorgd door een partij die niet beschikt over een geldige inschrijving in het LRK.

Gemanipuleerde datum in contract

Het advies van de GGD aan de toezichthouder is om de twee gastouderbureaus in kwestie zo spoedig mogelijk uit te schrijven uit het LRK. Dit zou betekenen dat zij geen opvang meer mogen aanbieden en dat er daarmee een einde komt aan de huidige onverantwoorde situatie. De directeur van Lavide houdt vol dat de klanten van beide bureaus niet via werkmaatschappijen van zijn organisatie worden bediend.

De GGD heeft reden om aan dit standpunt te twijfelen en beroept zich hierbij op een contract van MIAvoorgezinnen. Volgens GGD-inspecteurs is duidelijk zichtbaar dat de datum in het contract is gemanipuleerd. Bovendien verklapt het jaarverslag van Lavide dat de organisatie inderdaad eigenaar is van de twee gastouderbureaus.

Een cruciale vervolgstap is nu contact met het andere gastouderbureau (MijnGastouderopvang), waarmee de gemeente Amsterdam op korte termijn contact opneemt. Blijkt dit bedrijf niet meer actief, dan kan het Openbaar Ministerie Lavide aanklagen voor het aanbieden van gastouderopvang zonder vergunning. Alle betrokken ouders en gastouders moeten dan op zoek naar een nieuw gastouderbureau.