Rechtbank oordeelt: gastouder tóch ondernemer

DATUM: 28 april 2017

Het gastouderschap en het ondernemerschap: het is een combinatie waarover al geruime tijd onduidelijkheid bestaat. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde vorig jaar nog dat een gastouder al haar ondernemersvoordelen moest opgeven. Een uitspraak waar het KennisNetwerk Gastouderopvang (KNGO) zich openlijk tegen verzette.

Gastouderbureau Snoesje probeerde in deze periode duidelijkheid te verschaffen en schreef een informatief artikel over de OndernemersCheck van de Belastingdienst. Daarnaast werd de afgelopen tijd intensief overleg gevoerd tussen de Belastingdienst en verschillende brancheorganisaties waaronder het Platform Gastouderopvang, de VGOB en Brancheorganisatie Kinderopvang.

Inkomsten gastouders winst uit onderneming

Inmiddels zijn er nieuwe ontwikkelingen gaande, want op 10 april 2017 oordeelde de rechtbank van Breda dat de gastouder wel degelijk kan worden aangemerkt als ondernemer. Volgens de rechtbank zijn inkomsten van gastouders te categoriseren als winst uit onderneming, waarmee de onzekerheid over een onjuiste belastingaangifte goeddeels wordt weggenomen.

Volgens de rechter is het niet het gastouderbureau, maar zijn het de vraagouders die als opdrachtgever van een gastouder kunnen worden gezien. De overeenkomst met het gastouderbureau is dan een bemiddelingsovereenkomst en het staat de gastoudervrij om, zoals het een ondernemer betaamt, ook samenwerkingen met andere gastouderbureaus aan te gaan.

Argumentatie ondernemerschap pleitbaar standpunt

Ook het overleg tussen de brancheorganisaties en de Belastingdienst heeft resultaat opgeleverd, want de laatstgenoemde organisatie ziet de argumentatie voor het aanmerken van gastouders als ondernemer inmiddels als een pleitbaar standpunt. Wel beoordeelt het overheidsorgaan het ondernemerschap van een gastouder nog altijd per geval.

Samen met de Belastingdienst zoeken de brancheorganisaties momenteel naar een geschikte casus waarin het ondernemerschap van een gastouder ter discussie staat. Het gaat hierbij met name om de mate van zelfstandigheid van de gastouder ten opzichte van het gastouderbureau. Het is de bedoeling om deze casus vervolgens voor te leggen aan de rechter.

Dat de eerder genoemde argumentatie voor het aanmerken van gastouders als ondernemer inmiddels als pleitbaar standpunt wordt gezien, betekent dat de rechter mogelijk een uitspraak doet die niet in lijn is met het eerdere oordeel van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Wordt ongetwijfeld vervolgd, wij houden je op de hoogte.