Steeds minder gastouders in Nederland

DATUM: 3 mei 2018

Wet- en regelgeving vanuit de overheid maken het niet voor iedereen aantrekkelijk om gastouder te worden. Dat blijkt ook duidelijk uit statistieken over het afgelopen halve decennium, waarin het aantal gastouders in Nederland met meer dan 30% is afgenomen. BOinK-voorzitter Gjalt Jellesma laat in gesprek met BNR Nieuwsradio zijn licht schijnen over de opvallende afname.

Van 46.000 naar 31.000 gastouders

In eerste instantie lijkt er in de gastouderopvang weinig aan de hand. De waarderingen zijn positief en circa 150.000 kinderen in Nederland gaan dagelijks met plezier naar hun gastouder. Toch is er ook een puntje van zorg: inmiddels telt ons land nog maar 31.000 gastouders, daar waar dit er 5 jaar geleden nog 46.000 waren.

BOinK-voorzitter Gjalt Jellesma benadrukt dat deze tendens zich wat hem betreft niet mag doorzetten. Hij noemt gastouderopvang absoluut noodzakelijk voor een specifieke groep ouders, waarvoor deze vorm van kinderopvang duidelijke voordelen biedt ten opzichte van andere opvangvormen.

Vergrijzing en strengere wet- en regelgeving

De voorzitter heeft tegelijkertijd wel een verklaring voor de duidelijke afname. Tegenover BNR Nieuwsradio stelt hij dat vergrijzing, net als in andere sectoren, een belangrijke rol speelt. Vergelijkbare signalen sijpelen door vanuit grote gastouderbureaus door het hele land. Dat betekent dat er actieve maatregelen nodig zijn om deze vergrijzing te compenseren met nieuwe aanwas.

Hier ligt wellicht een taak voor de overheid, die de sector in het afgelopen decennium toch al onder druk heeft gezet met strenge wet- en regelgeving. Sommige gastouders hebben moeite met de alsmaar toenemende eisen, die onderdeel zijn van een niet altijd even duidelijk beleid vanuit de overheid. Voor het merendeel van de gastouders geldt echter dat zij geen moeite hebben met de kwaliteitseisen.

Gebrek aan gemeentelijke transparantie over kosten

Waar veel gastouders wél moeite mee hebben, zijn de grote verschillen in leges die gastouders per gemeente moeten betalen. Voor een eerste gemeentelijke inspectie van een nieuwe gastouderopvanglocatie brengt de ene gemeente 0 euro en de andere tot wel 760 euro in rekening. Een duidelijke verklaring voor de grote verschillen kunnen gemeenten vaak niet geven.

Een potentiële gastouder die de pech heeft in een ‘dure’ gemeente te wonen, kan hierdoor zomaar besluiten om toch een ander vak te kiezen. Volgens Jellesma moet de overheid de gastouderopvang zowel op gemeentelijk als landelijk niveau serieuzer nemen. Tegenover BNR pleit hij voor meer transparantie over gemeentelijke leges en een sterkere focus van de rijksoverheid op de gastouderopvang.