Taskforce adviseert over samenwerking scholen en kinderopvangvoorzieningen

DATUM: 5 april 2017

De gebrekkige samenwerking tussen kinderopvang en primair onderwijs is de laatste jaren een actueel politiek thema. Dat is niet zo vreemd, want het betreft een onderwerp dat van groot belang is voor de ontwikkeling en toekomst van het jonge kind. In opdracht van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, heeft de Taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang een advies uitgebracht om de problematiek te tackelen.

Maatschappelijke ontwikkelingen nopen tot verandering

Volgens politiek Nederland is de tijd aangebroken om een snel begin te maken met het intensiveren van de samenwerking tussen kinderopvang en primair onderwijs. De aangestelde Taskforce onderstreept deze visie en wijst op de noodzaak vanwege diverse maatschappelijke ontwikkelingen. Zo is er in plattelandsgemeenten sprake van ontgroening die de continuïteit van zowel scholen als kinderopvangvoorzieningen bedreigt.

Daarnaast is er een duidelijke tendens waarbij kinderen uit gezinnen met een lager inkomen of met een migratieafkomst aanzienlijk minder deelnemen aan opvangvoorzieningen zoals gastouderopvang. Een zorgelijke trend volgens de Taskforce, omdat het juist dit soort voorzieningen zijn die ervoor zorgen dat het jonge kind niet met een taal- of ontwikkelingsachterstand aan het primair onderwijs begint.

Van aanbod- naar vraaggestuurde aanpak

Een van de grootste problemen die de Taskforce signaleert, is het huidige aanbodgestuurde landschap in de branche. Er zijn tal van voorzieningen waar kinderen heen kunnen voordat ze naar het primair onderwijs gaan. Denk hierbij onder meer aan gastouderopvang, kinderopvang en de peuterspeelzaal. Eenmaal begonnen aan de basisschool, is er voor-, tussen- en naschoolse opvang beschikbaar.

Het probleem zit hem niet in de brede variëteit, maar in de aanbodgestuurde situatie, zo stelt de onderzoekscommissie. Beter zou het zijn om de ontwikkelings- en leermogelijkheden van het kind als uitgangspunt te nemen. Oftewel: een vraaggestuurde in plaats van een aanbodgestuurde aanpak. Hierdoor zou het kind te maken krijgen met minder volwassenen, meer stabiliteit en een minimale overgang van voorschoolse voorzieningen naar het primair onderwijs.

Versnippering landschap bemoeilijkt samenwerking

Uit cijfers van het Centraal Planbureau blijkt dat 50% van de 4-jarige kinderen die met de basisschool begint, instroomt vanuit de peuterspeelzaal of een vorm van informele opvang. De andere 50% is afkomstig uit kinderdagverblijven of gastouderopvang. Eenmaal begonnen aan het primair onderwijs, gaat 25% van de kinderen naar een gastouder of buitenschoolse opvang.

Scholen die willen samenwerken, moeten dus rekening houden met een versnipperd aanbod van een diversiteit aan kinderopvangvoorzieningen. Dit is bepaald geen optimale situatie, zo stelt de Taskforce in haar rapport. De onderzoekers adviseren daarom onder meer de invoering van een doorlopend pedagogisch curriculum, het bevorderen van het pedagogisch partnerschap van ouders en het stimuleren van het werken in interprofessionele teams.

Meer weten over de bevindingen en adviezen van de Taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang? Klik hier om het volledige advies te lezen.